A-Z Behandelingen

GBS

Wat is GBS?

Het Guillain-Barré syndroom (GBS) is een zogenaamde (poly)neuropathie.
GBS is een auto-immuunziekte. Dat betekent dat het lichaam zich keert tegen weefsels en cellen die lichaamseigen zijn. Het lichaam breekt daarbij zijn eigen kracht af en de afweer tegen cellen en weefsels die wél schadelijk kunnen zijn.

GBS komt zowel bij mannen als vrouwen voor en op alle leeftijden. In Nederland krijgen per jaar 200 tot 300 mensen GBS.

Verschijnselen
Zoals ook bij polyneuropathie is aangegeven is er bij GBS sprake van verlamming of zwakte van de spieren. Ook is het gevoel anders. Hoe erg uw kind last heeft van de verschijnselen die bij GBS horen, kan erg verschillen. Sommige kinderen hebben lichte verschijnselen, anderen hebben een complete verlamming.

De ziekte kan uw zoon of dochter ineens overvallen. Vaak schrikken zij dan van de verschijnselen of worden emotioneel. Als duidelijk is wat er aan de hand is, is dat gelukkig al snel minder. Het RRC zorgt dan ook dat uw kind zo snel mogelijk aan de slag gaat met de diagnose, zodat hij of zij die kan accepteren en aan het herstel kan werken.

Herstel
Van GBS kan uw kind volledig herstellen. Dat kan in een paar weken of maanden, maar soms kan het ook jaren duren. Er kunnen ook in een later stadium wat klachten ontstaan zoals pijn, moeheid en een slechter uithoudingsvermogen.

Voor wie is revalidatie zinvol?

Poliklinische revalidatie is zinvol voor uw kind als GBS het beperkt in zijn of haar leven. Alledaagse bezigheden kunnen dan een grote opgave zijn. Bijvoorbeeld lopen, wassen, aankleden, eten, het huishouden doen, werken, vrijetijdsbesteding of vervoer.

U kunt dan vragen hebben als:

– Hoe kan mijn kind makkelijker lopen, zonder te struikelen?
– Mijn zoon heeft moeite om wat te pakken met zijn handen. Daardoor kan hij niet meekomen op school.
– Is er een sport die mijn kind kan uitoefenen? Kan hij of zij in zijn vrije tijd wat leuks doen?
–  Fietsen lukt mijn dochter niet goed. Wat kunnen we daaraan doen?

Een aandoening met verschillende problemen dus. Revalidatiebehandeling kan daarbij helpen. Als er een indicatie wordt gesteld door een revalidatiearts kan uw kind namelijk hulp krijgen van verschillende soorten behandelaars. Van een fysiotherapeut, een ergotherapeut, een maatschappelijk werker, een psycholoog en een bewegingsagoog. Een instrumentmaker kan betrokken worden voor het maken van een spalk. Zo worden de verschillende problemen aangepakt.

Wat houdt de behandeling bij het RRC in?

Tijdens revalidatie leert uw kind om alledaagse handelingen zo zelfstandig mogelijk uit te voeren. Dat kan door de arm of het been met GBS te trainen. Maar meestal door activiteiten op een andere manier aan te leren. En dan zijn er nog hulpmiddelen die u kunnen ondersteunen. Bijvoorbeeld een goede enkelvoetorthese (spalk) voor als het lopen moeilijk gaat, kleine hulpmiddelen voor in de keuken of voor aan-en uitkleden. Wij leren uw kind er ook mee omgaan. Hij of zij kan ook hulp krijgen op het gebied van vrije tijd, uw werk weer oppakken, dagbesteding, sociale voorzieningen en financiële regelingen. Alles om zo veel mogelijk zijn of haar leven weer op te pakken.

Werken aan uw doelen
U stelt met uw kind en samen met de revalidatiearts en de behandelaars uw hulpvragen vast, waarna wij met u gaan nadenken over wat we voor uw kind kunnen bereiken. Als uw zoon of dochter voor zichzelf weet wat hij of zij wilt, dan gaan de therapeuten daar samen met uw kind naartoe werken. Zolang het binnen de mogelijkheden ligt natuurlijk. Als uw kind het moeilijk vindt om doelen te bedenken, helpen we daar natuurlijk bij.

Hoe lang duurt de behandeling?

De duur van de revalidatie verschilt per persoon. Van alleen het laten maken van bv een enkelvoetorthese (beenspalk) waarvoor uw kind enkele keren op het spreekuur van de revalidatiearts komt samen met de instrumentmaker tot uitgebreide revalidatiebehandeling. Gemiddeld duurt een poliklinische revalidatieperiode vier maanden.

Wat vraagt de behandeling van uw kind?

Voor de behandeling vragen we uw kind twee tot drie keer per week naar het revalidatiecentrum te komen. Naarmate de behandeling vordert vragen we hij of zij meer en meer om zelf beslissingen te nemen. Dit principe noemen we ook wel ‘eigen regie’. We willen namelijk dat uw kind ook na de behandeling in staat is om goed met de aandoening om te gaan. Zelf afwegingen te maken en oplossingen te vinden. Wíj doen het niet voor uw kind. We leren uw kind om het zélf te doen.