A-Z Behandelingen

Developmental Coördination Disorder / DCD

Wat is DCD?

Wat is DCD?

DCD is een afkorting van Developmental Coördination Disorder, in het Nederlands coördinatieontwikkelingsstoornis. Kinderen met DCD kunnen last hebben van een grote bewegingsonrust, problemen met de fijne motoriek en met de coördinatie. De problemen blijven niet beperkt tot ‘onhandig bewegen’, het beeld dat bij DCD hoort is ingewikkeld en heel divers. De oorzaak van DCD is niet geheel duidelijk.

Kinderen met DCD kunnen verschillende problemen hebben zoals:

  • een lage spierspanning, waardoor ze bijvoorbeeld moeilijk recht op een stoel kunnen blijven zitten
  • moeite met het aanleren van grofmotorische vaardigheden zoals rennen, klimmen en klauteren, fietsen, zwemmen en balsporten
  • moeite met het aanleren van fijnmotorische vaardigheden zoals knippen, veters strikken, bestek gebruiken en schrijven
  • moeite met de persoonlijke verzorging (aan- en uitkleden, billen afvegen en tandenpoetsen)
  • moeite met het vertellen van een verhaal (een kind springt dan bijvoorbeeld van de ‘hak op de tak’)
  • moeite met plannen en organiseren
  • bewegingsonrust, waardoor het bijvoorbeeld lastig is aan tafel te blijven zitten tijdens het eten

Bij het RRC helpen wij u en uw kind om te gaan met de problemen die bij DCD horen. Het kan voorkomen dat dat een kind met DCD minder zelfvertrouwen heeft, want niet alles lukt zoals het kind het wil en vaak zal een kind moeilijke dingen gaan vermijden. Het kind voelt zich anders dan leeftijdsgenootjes.

Niet alle kinderen met DCD reageren hetzelfde. Sommigen worden verdrietig, anderen worden boos, weer anderen trekken zich terug of gedragen zich als een clown om te verbloemen dat ze iets niet kunnen. Maar met de juiste behandeling kan uw kind vaak veel zelfstandiger functioneren.

Wat houdt de DCD-behandeling in?

De behandeling van uw zoon of dochter bij het RRC begint met uitleg aan u en uw kind over DCD. Dat blijkt vaak een groot deel van de oplossing te zijn, want onbegrip rond DCD is soms bijna lastiger dan de aandoening zelf.

  • Wij leren uw kind wat DCD inhoudt en wat we er samen aan kunnen doen. Hij of zij leert minder in beperkingen te denken en meer in mogelijkheden. En die vervolgens ook zo goed mogelijk in te zetten. Daardoor zal uw kind meer zelfvertrouwen krijgen en weer mee willen doen met gym, met vriendjes in de buurt of op school. Zo kan uw kind zo zelfstandig mogelijk opgroeien en als dat nodig is voor zichzelf opkomen. Uw kind leert dus niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk omgaan met DCD.
  • Wij leren ouders en andere betrokken familieleden om het kind nog beter te kunnen begrijpen en begeleiden.
  • Als u het goed vindt, betrekken wij de school van uw kind ook bij de behandeling. Uw kind kan dan ook daar de juiste begeleiding krijgen.

Werken aan doelen
Bij de behandeling staan de wensen van u en uw kind centraal. Wat is belangrijk voor uw kind? Dát is wat we dan gaan oefenen. En natuurlijk heeft u zelf ook wensen voor uw kind. U wilt bijvoorbeeld dat hij of zij:

  • bij het fietsen de hand durft uit te steken
  • op school het tempo van schrijven kan bijhouden
  • logisch kan vertellen over ervaringen
  • meer zelfvertrouwen krijgt
  • emoties meer onder controle krijgt

Uw kind leert bij ons niet alleen de vaardigheden op zich, maar ook een methode waarmee het nieuwe vaardigheden het beste kan aanleren. Uw kind leert om een taak in stappen op te delen en om het werk na te kijken. Als er iets fout is gegaan, leert uw kind bedenken hoe het dit kan oplossen. Wij leggen deze oplossingsgerichte methode ook aan u en aan school uit. Het streven is dat uw kind en zijn of haar omgeving deze methode na de revalidatie zelfstandig kunnen toepassen.

Binnen de individuele behandeling werken we bij het RRC met een DCD-werkboek. In dit boek staat veel informatie voor uw kind over DCD. Verder schrijven we tijdens de behandeling tips en adviezen in het boek op, en ook eventuele huiswerkopdrachtjes.

Indeling van het traject
Het revalidatietraject bestaat uit twee perioden: de observatie en de behandeling.

Observatie
Eerst is er een observatieperiode, verspreid over 6 weken. U en uw kind hebben dan een aantal afspraken in het revalidatiecentrum. Tijdens de observatieperiode stellen we vast of er sprake is van DCD en welke problemen uw kind daarmee heeft. Ook kijken we of er aanwijzingen zijn voor andere problemen, bijvoorbeeld op het gebied van gedrag, of met spraak en taal.
Na de observatieperiode maken wij een verslag dat wij met u bespreken tijdens een teambespreking. U krijgt dan advies over hoe om te gaan met de beperkingen van uw kind.

In de tweede periode vindt de daadwerkelijke behandeling plaats. Er kan een wachttijd zijn tussen de observatieperiode en de daadwerkelijke behandeling.

Meer informatie over de observatieperiode vindt u hier.

Wie zitten er in het DCD-behandelteam?

Uw kind krijgt te maken met een team van deskundigen om het met u en uw kind afgesproken behandeldoel te behalen. Elk deskundige levert een specifieke bijdrage aan de revalidatie. De samenstelling van het behandelteam is afhankelijk van de behoeften en mogelijkheden van u en uw kind. Het voltallige DCD-team bestaat uit:

Zorgcoördinator: De zorgcoördinator zorgt ervoor dat, na aanmelding van uw kind, de door u opgestuurde vragenlijsten worden verwerkt. Zij is het aanspreekpunt bij algemene vragen en/of opmerkingen over de behandeling bij het DCD-team voor ouders, verwijzers en overige betrokkenen. Samen met de revalidatiearts doet zij beleidsvoorbereidend werk en is zij ook aanspreekpunt voor het team. Voor vragen kunt u een mail sturen naar dcd@rrc.nl

Revalidatiearts/arts-assistent: Eindverantwoordelijk voor de behandeling van uw zoon of dochter is de revalidatiearts. Hij stuurt het behandelteam aan. De arts-assistent wordt opgeleid tot revalidatiearts en werkt onder supervisie van de revalidatiearts.

Kinderfysiotherapeut: De kinderfysiotherapeut zorgt dat de ontwikkeling van vaardigheden van uw kind, zoals klimmen, rennen, fietsen en met een bal spelen, worden gestimuleerd. Om dat te bereiken werkt de kinderfysiotherapeut met uw kind aan zijn of haar evenwicht, conditie, coördinatie en lichaamsbesef. Door het opdoen van succeservaringen krijgt uw zoon of dochter meer zelfvertrouwen en, net zo belangrijk: weer plezier in het bewegen. Door gebruik te maken van de oplossingsgerichte methode leert uw kind ook hoe het een plan kan maken om een opdracht uit te voeren. Daarbij is het van belang om de dingen die goed gaan te herhalen en om oplossingen te bedenken als er iets niet goed ging.

Als uw kind moeite heeft met het leren zwemmen, bestaat de mogelijkheid om een zwemobservatie te doen. De kinderfysiotherapeut kijkt dan wat het probleem is en geeft advies over de manier waarop uw kind kan leren zwemmen.

Ergotherapeut: Dagelijkse dingen als aankleden, eten met vork en mes, spelen met constructiemateriaal of schrijven zijn voor een kind met DCD vaak lastig. Uw kind kan deze taken oefenen met de ergotherapeut en krijgt dan tips die thuis en op school kunnen worden toegepast. De ergotherapeut leert uw kind ook om een idee om te zetten in een handeling. Uw kind wil bijvoorbeeld iets knutselen. De ergotherapeut leert uw kind om hiervoor een stappenplan te maken en dat in een logische volgorde uit te voeren.

Orthopedagoog/psycholoog: De orthopedagoog of psycholoog begeleidt ouders en adviseert over de ontwikkeling, het gedrag en de opvoeding van uw kind. Zij doet onderzoek naar de verstandelijke en emotionele ontwikkeling van uw zoon of dochter. Ook kan zij begeleiding, coaching of therapie aan het kind geven, gericht op het verbeteren van het zelfvertrouwen, het leren omgaan met boosheid of om sociaal sterker te worden.

Maatschappelijk werker: De problemen die horen bij de DCD van uw kind kunnen ook u en uw gezin raken. Dat kan soms best moeilijk zijn. Daarom kunt u bij de maatschappelijk werker terecht met uw zorgen en vragen. Ook bij het maken van de vertaalslag van het geleerde in therapie naar de thuissituatie speelt de maatschappelijk werker een belangrijke rol. Daarnaast kan hij/zij u advies en tips geven over de opvoeding. De maatschappelijk werker wijst u ook de weg naar sociale voorzieningen en financiële regelingen.

Logopedist: De logopedist onderzoekt en/of begeleidt uw kind wanneer er problemen zijn op het gebied van spraak, omgaan met gesproken opdrachten, vertellen van een (logisch) verhaal, eten en drinken, tanden poetsen. Daarnaast kan de logopedist helpen met visualiseren van dagelijkse activiteiten en de dagplanning of weekstructuur om de zelfstandigheid van uw kind te vergroten.

Bewegingsagoog: De bewegingsagoog kan uw zoon of dochter individueel of in een groep laten kennismaken met verschillende sporten, om zo te onderzoeken welke sport het beste past bij uw kind. Als uw kind een geschikte sport heeft gevonden zal hij of zij er veel meer plezier in hebben. Welke sport(en) vindt uw kind het leukste en waar is hij of zij het beste in?

Welke behandelvormen zijn er?

Poliklinisch
Kinderrevalidatie is bij het RRC altijd poliklinisch. Dit betekent dat uw kind hierheen komt voor onderzoek en behandelingen. Als we vermoeden dat uw kind DCD heeft, wordt het hier behandeld door een gespecialiseerd DCD-team. De meest voorkomende behandeling is een traject van twintig weken, waarbij uw kind één keer per week een combinatiebehandeling krijgt van de kinderfysiotherapeut en een ergotherapeut. Deze behandeling duurt één uur.  Daarnaast krijgt u ouderbegeleiding door een maatschappelijk werker.

Groepsbehandeling
Naast de individuele therapie is er mogelijkheid tot groepstherapie. De belangrijkste groepen zijn:

Sport- en spelgroep: Kinderen met DCD hebben vaak niet alleen problemen met beweging, maar ook met sociale vaardigheden. Ze weten soms niet goed hoe ze met andere kinderen moeten omgaan. In de Sport- en spelgroep zijn motoriek en interactie de sleutelwoorden. De kinderen leren onder begeleiding van een psycholoog, een fysiotherapeut en een logopedist optimaal te bewegen, maar ook samen te werken met andere kinderen en plannen, wensen en emoties te verwoorden.

Handige handengroep: In de Handige handengroep wordt gewerkt aan het stimuleren van de ontwikkeling van de fijne motoriek. Het gaat dan om de bewegingen van armen, handen en vingers die uw kind moet kunnen maken zodat knippen, tekenen, aankleden en eten met vork en mes makkelijker gaan. De kinderen leren niet alleen van de ergotherapeut die de groep begeleidt, maar ook van elkaar. Omdat één uur oefenen in de week niet voldoende is, geven we ook elke week huiswerkspelletjes mee. Uw kind kan deze spelletjes samen met u of misschien met broertjes, zusjes of vriendjes en vriendinnetjes doen. We hopen zo het plezier in het gebruiken van de handen te vergroten.

TanS-groep: In de TanS-groep werken we aan het leren vertellen van een gestructureerd verhaal met behulp van visuele ondersteuning. Bij kinderen die moeite hebben met antwoord geven op directe vragen worden strategieën uitgeprobeerd om hiermee om te gaan. Er is ook aandacht voor sociale interactie tijdens een motorisch spel en een eet- en drinkmoment.

De plannen en organiseren groep: Vaak hebben kinderen  met DCD ook moeite met plannen en organiseren. In deze groep leren we uw kind oplossingsstrategieën aan. Uw kind leert nadenken over wat hij wil doen, hoe hij hiervoor zelf een plan kan maken en dat plan kan volgen. Ook leert hij dat checken helpt bij het uitvoeren van activiteiten. Er zijn kind-bijeenkomsten en ouderbijeenkomsten zodat zowel kind als ouder voldoende bagage krijgen om de vaardigheden plannen en organiseren blijvend te verbeteren. Zie de folder over ‘de plannen en organiseren groep’ op: overzicht folders RRC

Voor wie is revalidatie bij het RRC geschikt?

Om uw kind bij het DCD team van het RRC te laten revalideren, moet er sprake zijn van:

  • een verdenking op DCD (bijvoorbeeld door u als ouder, een leerkracht, een kinderfysiotherapeut of een arts)
  • een verwijzing door de huisarts, jeugdarts of een medisch specialist
  • een hulpvraag van u als ouder

De diagnose DCD kan alleen gesteld worden als er geen andere oorzaak is voor de problemen met bewegen. Als daarvoor wel een andere oorzaak is, zoals een neurologische aandoening of een specifiek syndroom, komt uw kind binnen het RRC bij een ander team terecht.

Hoe lang uw kind moet revalideren, kunnen wij niet precies zeggen. Meestal is 20 weken individuele behandeling voldoende. Vaak heeft een kind en zijn omgeving (u als ouder en school) dan voldoende geleerd om verder te kunnen zonder individuele therapie. Soms is het nodig om deze periode te verlengen, dit is dan maximaal nog een periode van 20 weken.

Meer weten?

Interessante websites

  • De vereniging Balans heeft een website ingericht speciaal voor kinderen. Op dit gedeelte van de website kunnen kinderen een eigen profiel aanmaken, vragen stellen etc.
  • Website voor leerkrachten met tips voor kinderen met DCD in de klas.

Boeken voor kinderen:

  • De onzichtbare plaaggeest – voor kinderen vanaf 8 jaar – Rien Broere – ISBN 9058386996
  • DCD, snap dat dan! – voor kinderen vanaf 12 jaar – Makke Volenhoven – ISBN:9789081546119
  • De DCD Survival gids – voor kinderen van 8-14 jaar – Paul Calmeyn ISBN 9789059326934
  • Weet jij wat het is om anders te zijn? – voor kinderen vanaf 7 jaar – Ellen Sabin ISBN 90 7767 1214
  • Kukel voor iedereen die zich door onhandigheid regelmatig een (min)kukel voelt – Joke van Leeuwen ISBN 90 2147 3321

Boeken voor ouders:

  • Kinderen met Developmental Coördination Disorder – Hilde van Waelvelde en Barbara de Mey ISBN 90 3419 1687
  • Mijn kind heeft DCD – gids voor ouders, leerkrachten en hulpverleners – Paul Calmeyn en Griet Dewitte ISBN 90 2097 1781
  • DCD hulpgids praktische tips voor ouders en professionals – Morven F.Ball ISBN 90 7767 1276
  • DCD hulpgids voor leerkrachten – Eelke van Haeften ISBN 9789077671276
  • Balans belicht DCD/dyspraxie Uitgave met informatie over DCD – Bestellen: via www.balansdigitaal of T 030- 2255050
  • De nieuwe buitenbeentjes Boek over DCD en ADHD bij kinderen – A.F.Kalverboer ISBN 90 5637 041 3
  • De motoriek van kinderen met dyspraxie, autisme, ADHD en leerstoornissen – Liza A.Kurtz ISBN 90 7767 1207

Over executieve functies:

  • Slim maar…. Help kinderen hun talenten benutten door hun executieve functies te versterken – Peg Dawson en Richard Guare ISBN: 9079729108

Over sensorische integratie problematiek:

  • Uit de Pas, omgaan met sensorische integratie stoornis bij kinderen – Stock en C. Kranowitz, ISBN 989057122071
  • Met plezier uit de Pas, activiteiten voor kinderen met sensorische integratiestoornis – Stock C. Kranowitz en C. Kranowitz, ISBN 97890575122460
  • Help een druk kind – Cecile Rost en Lynn Horowits, ISBN 9035227212
  • Leven met sensaties – Winni Dunn

 

Bij schrijfproblemen:

  • Mijn kind is onhandig – Wendy Peerlings ISBN: 90 2095 7259
  • Mijn kind leert schrijven voor ouders, leerkrachten van kids met schrijfproblemen – Marc Litière ISBN: 90 20947 3860
  • Schrijven met zorg boek over het schrijfonderwijs – Anneke Baauw-van Vledder en Evert van Dijk ISBN: 9055744204

 

Bij spraak/taal problemen:

  • Omgaan met een dysfatisch kind boek voor ouders en beroepskrachten – Riet Grauwels & Gerdi de Nooij ISBN: 90-441-1378-x
  • Spraak- en Taalproblemen bij Kinderen. Ervaringen en inzichten – M.Weller, C.Slofstra, S.vd. Meulen, M.v. Denderen, e.a. ISBN 90 232 3600 9

 

Informatie DCD voor scholen

Op school wordt het vaak als eerste opgemerkt als een kind zich anders ontwikkelt dan zijn leeftijdsgenootjes. Onhandiger, onrustiger, ongestructureerd. Eén van de mogelijke oorzaken kan zijn dat een kind een coördinatieontwikkelingsstoornis heeft (DCD). Door een kind met deze stoornis snel te behandelen, kunnen de negatieve effecten ervan worden beperkt. Op de afdeling kinderrevalidatie van het Rijnlands Revalidatie Centrum (RRC) worden kinderen met een matige motoriek geobserveerd en onderzocht door een expertiseteam. Hierbij is ook aandacht voor het planmatig handelen en het gedrag. Tijdens een korte observatieperiode wordt de problematiek van het kind volledig in kaart gebracht.

Hier vindt u alle informatie over het onderzoek en de verwijzing.

Aanmelding en vergoeding

Een kind kan aangemeld worden voor behandeling bij het DCD team door verwijzing van de huisarts of medisch specialist. Na aanmelding ontvangen de ouders vragenlijsten waarin details gevraagd worden over de problematiek en de hulpvraag. De beantwoording van de vragen is van belang voor de start van de intake.

Wanneer het RRC de ingevulde vragenlijsten retour heeft gekregen, komen kind en ouders op het spreekuur bij de revalidatiearts. Een korte observatie van het kind door een fysiotherapeut en ergotherapeut volgt daarna. De ouders voeren een oudergesprek met de maatschappelijk werker. Afhankelijk van de antwoorden die de ouders hebben gegeven in de vragenlijsten, kan ook een gesprek worden ingepland met een psycholoog en/of logopedist.

Na afloop van de observatieonderzoeken maakt het behandelteam een verslag dat met de ouders besproken wordt. Gezamenlijk wordt besloten of, en zo ja hoe, behandeling wordt ingezet.

De observatie en de behandeling worden betaald vanuit de basisziektekostenverzekering.