A-Z Behandelingen

Amputatie

Beenamputatie

Een beenamputatie kan nodig zijn na een ongeluk, een infectie, een tumor, verbranding, bevriezing of omdat er plotseling een vaatafsluiting is ontstaan. Deze laatste is de meest voorkomende oorzaak van een amputatie. Meestal is de vaatafsluiting een langzaam optredend proces. Bijvoorbeeld door vervetting van de vaatwand (arteriosclerose). Suikerziekte, verhoogde bloeddruk, vet eten, roken en weinig bewegen vergroten de kans op het krijgen van zogenaamd ‘vaatlijden’. Als er te weinig zuurstof in uw been komt, kunt u enorme pijn krijgen, kunnen uw tenen zwart worden en genezen wondjes niet meer. Alleen bij suikerziekte is er geen pijn om dat de pijnzenuwen het niet meer doen.

Er zijn diverse niveau’s waarop de chirurg een been kan amputeren: door de voet, het onderbeen, de knie en het bovenbeen. Door het onderbeen en het bovenbeen komen het meest voor. Ook kan het door de heup, maar dat komt zelden voor.

Voor wie is revalidatie zinvol?

Revalidatie bij het RRC is zinvol voor u als u vóór de amputatie redelijk zelfstandig leefde en de verwachting is dat u dit weer kunt doen. Eventueel met aanpassingen en met hulp van thuis- of mantelzorg.

Revalideren kunt u in ons revalidatiecentrum of in een verpleeghuis. U kunt het beste in een verpleeghuis revalideren als u wat meer afhankelijk bent, of als u meerdere ziektes heeft.

Wat houdt de behandeling bij het RRC in?

Kort gezegd leert u tijdens revalidatie opnieuw alledaagse handelingen, zoals wassen, aankleden, in en uit bed stappen en naar het toilet gaan. Zodat u weer zo zelfstandig mogelijk kunt leven. Voor veel mensen betekent revalidatie ook het krijgen en leren omgaan met een prothese. Maar iedere patiënt leert zich in eerste instantie te behelpen zónder prothese.

Als u niet direct na de amputatie terug naar huis kunt, kunt u worden opgenomen in onze kliniek. Zodra u zich thuis kunt redden met diverse hulpmiddelen gaat u met ontslag. Meestal is de prothese dan nog niet aangemeten omdat uw been nog niet volledig genezen is.

Prothese
Als het zover is dat u een prothese kunt krijgen, komt u enkele keren per week naar de polikliniek. In die periode krijgt u een prothese aangemeten en leert u daarmee om te gaan. U leert gewicht te zetten op de prothese en het evenwicht te bewaren. Stap voor stap bouwt u het lopen met de prothese op. In eerste instantie leert u lopen in ‘de loopbrug’ en daarna met een loophulpmiddel, zoals een looprek, krukken, rollator of stok. Als het mogelijk is, leert u ook lopen zonder hulpmiddel.

Sommige mensen willen geen prothese of hun been is er niet geschikt voor. Zij krijgen rolstoel- en statraining waardoor ze zich kunnen redden in huis. De revalidatieperiode is dan meestal vrij kort.

Mentale ondersteuning
Een amputatie is niet alleen voor uw lichaam een ingrijpende gebeurtenis. Ook emotioneel doet het veel met u. Het verliezen van een lichaamsdeel houdt in dat u afscheid moet nemen van een compleet lichaam en van wat u ermee kon. Niet alleen u maar ook uw naasten moeten wennen aan een nieuwe situatie. Tijdens de revalidatie krijgt u hierbij hulp van een maatschappelijk werker en zo nodig een psycholoog. Omdat het mogelijk is dat uw seksuele leven verandert, kunt u ook begeleiding krijgen van een seksuoloog.

Uw behandelaars
U krijgt tijdens uw revalidatie hulp van verschillende soorten behandelaars.
Uw behandelaars zijn, afhankelijk van uw behoeftes:

  • Een revalidatiearts
  • Verpleegkundigen
  • Een fysiotherapeut
  • Een ergotherapeut
  • Een maatschappelijk werker
  • Een psycholoog
  • Een bewegingsagoog
  • Een diëtist
  • Een activiteitenbegeleider
  • Een seksuoloog

Uw behandelaars werken in een team met elkaar samen. Zij overleggen geregeld. Door hun behandeling op elkaar af te stemmen, helpen zij u op de best mogelijke manier.

Naast de één op één begeleiding, krijgt u eventueel behandelingen in groepsverband. Bijvoorbeeld:

  • Zwemtherapie (hydrotherapie)
  • Ontspanningsgroep
  • Conditiegroep
  • Sportgroep

Hulpmiddelen om thuis te wonen
Tijdens uw opname in de kliniek neemt uw ergotherapeut met u door welke hulpmiddelen u nodig heeft om thuis te wonen. U kunt denken aan een rolstoel, scootmobiel en aanpassingen aan de woning, zoals een douchezitje of handgrepen bij het toilet. Zonodig legt de ergotherapeut een bezoek bij u thuis af om samen met u te kijken wat er nodig is. De fysiotherapeut zal u adviseren. Ook helpt hij of zij u met het aanvragen van de voorzieningen.

Hoe lang duurt de behandeling?

Hoeveel tijd de revalidatie in beslag neemt, is van tevoren niet met zekerheid te zeggen. Dit hangt af van de reden van uw amputatie, uw algehele conditie en de snelheid waarmee uw wond geneest. In de meeste gevallen neemt het revalidatieproces ongeveer vijf tot zes maanden in beslag. Van de operatie tot en met het leren lopen met een prothese. Soms is het noodzakelijk om wat langer de tijd te nemen voor het revalideren.

Hoe gaat de aanmelding?

Prothese spoedspreekuur

Heeft u een defect aan uw prothese of een wond door het gebruik van uw prothese? Dan is het prettig als u snel terecht kunt bij een deskundige die u hiermee kan helpen. Daarom heeft het Rijnlands Revalidatie Centrum een wekelijks prothese spoedspreekuur.

Voor wie is het spoedspreekuur bedoeld?
Het spoedspreekuur is bedoeld voor amputatiepatiënten die bekend zijn bij het Rijnlands Revalidatie Centrum en die problemen hebben met hun prothese, hun schoenen of met hun huid, die om snelle actie vragen.

Hoe verloopt een bezoek aan het spoedspreekuur?
U meldt zich bij de balie van de Volwassenenrevalidatie. Daar krijgt u van de secretaresse een korte vragenlijst. Afhankelijk van uw probleem spreekt u vervolgens met een arts, fysiotherapeut, een wondverpleegkundige en/of de instrumentmaker. Ieder van hen kijkt vanuit zijn eigen expertise naar uw probleem en in overleg komen zij tot de beste oplossing voor u.

Is een verwijzing nodig?
Als u onder behandeling bent bij het Rijnlands Revalidatie Centrum, dan is geen verwijzing nodig. Is het meer dan een jaar geleden dat u in behandeling was? Dan vragen wij u om een verwijzing van uw huisarts of specialist.